blog van Eva De Groote

dinsdag 10 december 2013

In de gloria

Het was weer zo’n ochtend. Jeweetwel, zo’n ochtend dat je doodmoe bent tegen het moment dat je de voordeur achter je in het slot slaat om naar het werk te vertrekken.
‘Hup Hup, uit je bed. Komaan.’
‘Nee mama, mijn ogen zijn nog moe.’
‘Komaan. Opstaan.’
‘Maar de nacht was zo kort.’
‘Allez kom, uit je bed.’
Wat later dolen spookjes met dichtgeknepen ogen rond in het huis. Kleren worden morrend aangetrokken. Er wordt gewankeld bij het aanmeten van kousenbroeken. Getwijfeld over bijpassende truien.
Nog wat later zit de kroost aan de ontbijttafel. Balanceren tussen thee uitschenken, lunchpakketten maken, gezonde tussendoortjes in de boekentassen stoppen, planningen overlopen. Manlief slurpt koffie en knikt niet luisterend.
‘Allez, eet ne keer voort.’
‘Ik wil niet naar school.’
‘Had jij geen zwemmen vandaag?’
‘Ik heb toets delen vandaag. Aiai, dat gaat niet lukken.’ Paniek. Gehuil.
‘Rustig. Rustig. Dat zal wel lukken.’
‘Dat zal helemaal niet lukken, mama, jij begrijpt er niks van!’
‘Allez kom, we gaan er nu niets meer aan veranderen alleszins. Thee opdrinken en naar boven om te poetsen.’
‘Maar mama.’
‘Kom, naar boven en poetsen.’
Terwijl ze gaan poetsen een heerlijke minuut grijpen. Neerzijgen aan tafel, havermout eten en de krant scannen.

‘Allez kom, haast u een beetje, papa staat al buiten te wachten om jullie naar school te brengen.’
‘Ja maar, ik weet niet wat ik eerst aan moet doen.’
‘Allez, meiske toe, dat weet je toch: trui, jas, fluovest, muts, helm, handschoenen.’
‘Ja maar je begrijp het niet, he, ik kan dat stofje van die handschoenen echt niet verdragen, mama, ik word er gek van.’
‘Niets aan te doen, je kan niet zonder handschoenen in de kou. Allez, ik help je om ze aan te trekken.’
‘Mijn staart is niet goed gemaakt, zo gaat dat niet met mijn muts.’
‘Ge meent het niet, he.’
‘Zo gaat het ECHT niet, mama.’
‘Grrr, allez kom, ik maak ‘m snel opnieuw.’
Deur toe. Zucht. Koffie binnengieten. Een artikel in de krant lezen. Poetsen. Rugzak laden. Alles aantrekken. En weg.
Onderweg betrap ik mijzelf op het neurie├źn van een medley van twee nummers.   ‘Is dit nou laaaaater, is dit nou laaaater.. als ik groot ben..’  ‘Is dit alles, oehoehoehoe, is dit alles, is dit alles wat er is. Ooooh, is dit alles. Ahahahaha, is dit alles, is dit alles wat er is.’ Oh nee, ik was die toch niet luidop aan het zingen zeker. Schaamrood. Ik trek mijn kop in mijn kraag.
De lucht is koud maar deugddoend. Ik adem ‘m diep in mijn longen. Met gezwinde benen fiets ik een paar drukke straten door. Dan rij ik langs het water.  De bleke winterzon in de verte. De bomen met hun kunstige naakte kruinen. De ochtend doet zijn wonderlijke gloordingen.
‘Ja ja,’ mompel ik,’ ‘t is goed zulle. Ja, ik heb het gezien. Het is een prachtige ochtend. Begrepen. Copy that.’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten